Workmanstore Klantenservice

Doorzoek site

Bedrijfskleding normeringen

De complexiteit van risico’s en CE EN iso normeringen.

De keuze voor de juiste werkkleding of bedrijfskleding is zeer complex. De risico’s op de werkplaats kan hoog zijn. Dit is waarom we u (als voorbeeld) de controlelijst van Workmanstore.nl voorstellen. Deze lijst zal u helpen de best aangepaste beschermende bedrijfskleding aan uw specifieke situatie te kiezen. Natuurlijk staat onze klantenservice klaar om u eventuele toelichtingen te geven en met u mee te denken. Want ook comfort en kwaliteit van de bedrijfskleding is een factor die meespeelt in uw keuze voor een werkkledingpakket. Vragen? Laat het ons weten! Bel. 078 673 5736. Vanuit het buitenland: 0031 78 673 5736.

Bedrijfskleding collectie

 

Europese richtlijn 89/656/EC: GEBRUIK VAN P.B.M.* DOOR WERKNEMERS

De richtlijn 89/656/EC komt voort uit het kaderakkoord 89/391 (gebaseerd op artikel 118a van het Bestand van Rome) die de basis vormt voor onze wetten op het gebied van veiligheid en gezondheid op het werk.
Deze Europese Richtlijn is bestemd voor werkgevers en legt hen het gebruik van P.B.M. op wanneer de risico’s niet kunnen worden vermeden of voldoende beperkt door technische middelen voor collectieve bescherming of door methodes van werkorganisatie. De werkgever gebruikt P.B.M. als laatste toevlucht om de drager te beschermen tegen de resterende risico’s die niet kunnen uitgesloten worden ; alle andere beschermingsmaatregelen worden als onvoldoende beoordeeld. De P.B.M. beschermen enkel de persoon die ze draagt.

Alle producten verkrijgbaar bij Workmanstore.nl voldoen aan de Europese normering. De CE normering is een verplichte Europese normering voor bepaalde productgroepen om conformiteit aan te tonen met de essentiële vereisten die beschreven zijn in de Europese Richtlijnen. Om het CE kenteken te gebruiken op een product moet de producent een Verklaring van Conformiteit (VvC) opstellen waarin hij conformiteit verklaart met alle relevante Nieuwe Aanpak Richtlijnen (NAR) en waarin hij alle verantwoordelijkheid opneemt. In bepaalde gevallen is het nodig dat een Bevoegde Instantie een Certificaat van Conformiteit verstrekt bv om de prestatie van een product of de constantie van het productieproces te bevestigen (Factory Production Control).

 

 Bekijk hieronder de verschillende CE EN ISO normeringen:


 

Bescherming tegen regen en koude omstandigheden:

  

EN 343: Bescherming tegen regen.

Norms: EN 343:2003 / EN 343:2003/A1:2007 - Supersedes ENV 343:1998

De weerstand tegen het doordringen van water en de verdampingsweerstand zijn de twee voornaamste kenmerken van de EN343.

De prestatieklasses X en Y worden rechts van het pictogram aangeduid:

  1. X: WEERSTAND TEGEN HET DOORDRINGEN VAN WATER

    Deze factor is fundamenteel voor een uitstekende bescherming.

    De verdampingsweerstand wordt uitgedrukt in kPa, maar een uitdrukking in millimeter waterkolom is populairder.

Y: VERDAMPINGSWEERSTAND

De klassieke eenheid (g/m2 per 24 uur) was gemakkelijk te begrijpen. Maar de EN343 gebruikt een waarde van verdampingsweerstand (m2. Pa/W)), die wordt gemeten door het zogenaamde « skin model » (huidtest EN 11092).

Voor een goede verstaanbaarheid: indien de Ret waarde hoger is, is de verdampingsweerstand van de stof sterker; daaruit volgt dat minder damp passeert in omstandigheden van een hoge Ret waarde. Het labo voert deze statische test uit bij 35°C.

Ademende kledij evacueert de transpiratie van de huid en van het kledingstuk. Wanneer te veel vocht zich opstapelt in het kledingstuk, creëert de condensatie een indruk van een vochtige huid.

In koude omstandigheden loopt de drager het risico om snel af te koelen; in warme omstandigheden verhoogt het hartritme en kan zich thermische stress ontwikkelen.

Een persoon voelt zich goed als de hoeveelheid zweet die door het lichaam wordt geproduceerd, gelijk is aan de hoeveelheid zweet die wordt afgevoerd.

 


 

EN 342: Beschermende kleding tegen koude (temperaturen onder -5°C).

Norm: EN 342:2004 - vervangt ENV 342:1998

Beschermingskledij tegen koude (temperaturen onder -5°C).

Rechts van het pictogram ziet u:

  1. a: (U) Icler thermische isolatie voortkomend uit basis

    + referentie type onderkledij

  2. b: Icle thermische isolatie voortkomend

    optie, ‘X’ duidt niet getest aan

  3. c: Luchtdoorlatendheid (3 niveaus)

  4. d: Weerstand tegen het doordringen van water (2 niveaus)

    optie, ‘X’ duidt niet getest aan

a (U) en b (U): gemeten thermische isolatie

Deze waarden (in m² K/W) worden gemeten op een paspop die lijkt op een man, en die beweegt (Icler) of statisch is (Icle). De paspop draagt sondes op verschillende delen van zijn lichaam.

  1. (U) = duidt het type onderkledij aan die de paspop draagt.

  2. (B) = referentie onderkledij voor pakken en overalls : hemd met lange mouwen, lange onderbroek, aanvullende thermische onderkledij, kousen, pantoffels in vilt, gebreide handschoenen, balaclava.

  3. (C) = onderkledij bepaald door de producent

  4. (R) = referentieonderkledij wanneer enkel een vest of een broek wordt gemeten. In dat geval wordt het aanvullende thermische ondergoed vervangen door een hemd of door lichte werkkledij. De Icler waarde van al deze onderkledij is +/- 0,185 m² K/W.

Wanneer deze complete anti-koude kledij getest wordt op een paspop, wordt met het ontwerp van het kledingstuk ook rekening gehouden.

Tijdens het stadium van creatie van het kledingstuk en zijn design, kunnen een paspop die van binnenuit verwarmd wordt en een technische camera gebruikt worden om die zones te ontdekken waar warmteverlies is. U merkt het verschil in warmteverlies tussen een goed of slecht ontwerp.

De oranje-rode kleur duidt een groot warmteverlies aan, terwijl de kleur blauw de goed geïsoleerde zones aanduidt.

  • c: Luchtdoorlatendheid AP. De luchtdoorlatendheid van de gebruikte materialen werkt op de isolatielagen (de frisse lucht heeft invloed op de reeds verwarmde lagen). De luchtdoorlatendheid wordt uitgedrukt in mm/s
  • Weerstand tegen het doordringen van water WP (optioneel)

Als de weerstand tegen het doordringen van water nodig is, wordt een maximale waarde Ret (verdampingsweerstand) geëist van 55 m².Pa/W (alle lagen samen van het kledingstuk, zonder het referentieondergoed). Het doel is de vorming van ijs in het kledingstuk te minimaliseren. Het vocht dat in het kledingstuk opgehouden wordt, zou de werking van de thermische isolatie van de voering kunnen doen afnemen.

 


 

Beschermende kleding tegen koude (temperaturen boven -5°C).

Norm: EN 14058:2004

Volgende parameters worden gebruikt:

  1. a: Thermische weerstand klasse

    Deze waarde Rct in m2 K/W wordt gemeten op een staal van de stof van lagen materiaal. De waarde wordt dus niet gemeten op een thermische paspop.

    (*) Kledij die materiaal bevat met een Rct waarde hoger dan 0,25 zijn in principe ontworpen om te gebruiken in de koude (zie EN 342) en vallen buiten het gebied van de EN 14058.

    Te uwer informatie : Rct 1m2.K/W staat gelijk aan 10 TOG of 6.53 CLO (andere manieren om thermische isolatie uit te drukken).

  2. b: Luchtdoorlatendheid
    (cfr EN342 : 2004 maar hier optioneel)

    De luchtdoorlatendheid van de gebruikte materialen werkt op de isolatielagen (de frisse lucht heeft invloed op de reeds verwarmde lagen). De luchtdoorlatendheid wordt uitgedrukt in mm/s.

  3. c: Weerstand aan het doordringen van water
    (optie, cfr. EN342: 2004)

    Indien de weerstand aan het doordringen van water nodig is, wordt een maximale Ret waarde van 55 m2.Pa/W geëist.

  4. d en e: voortkomende thermische isolatie

    Cfr EN342 : 2003 : deze waarden (in m2 K/W) worden bekomen door het kledingstuk te meten op een thermische paspop die beweegt (Icler) of die stilstaat ( Icle) met referentie onderkledij type ‘R’ (met de uitzondering van balaclava en handschoenen; totale Icler isolatie waarde van de onderkledij +/- 0,175m2.K/W). Indien gemeten, is het minimum voor Icler 0,17 m2 K/W en/of voor Icle 0,19 m2 .K.W

 


 

Electrostatische omgevingen.

 

 

EN 1149: Electrostatische omgevingen

 

Deze kledij wordt gebruikt in een werkkader dat ATEX (Explosieve Atmosfeer) wordt genoemd = er bestaat een risico op explosies. De buitenste stof van het kledingstuk is AntiStatisch (AST).

 

Annex II, art.2.3 van de Richtlijn ATEX 99/92/CE, betreffende de bescherming van werklui die misschien zullen worden blootgesteld aan een risico op ontploffingen, zegt : «De werknemers moeten geschikte werkkledij krijgen, vervaardigd in materialen die geen electrische vonken creëren die een explosieve atmosfeer kunnen doen ontbranden.»

 

De richtlijn 89/686/CE ( Richtlijn voor P.B.M. fabricanten) vermeldt de volgende normen voor beschermkledij die aansluiten op dit thema:

 

  1. EN 1149-5:2008 - Electrostatische eigenschappen: prestatie eisen.

    Antistatische beschermkledij zijn EN1149-5 « Electrostatische eigenschappen – Prestatie eisen van materialen en fabricatie ». Er wordt verwezen naar twee verschillende testmethodes (EN1149-1 of EN1149-3).

    In materialen die geleidende vezels bevatten in lineaire vorm of in de vorm van een rooster, mag de afstand tussen de geleidende vezels in één richting nergens groter zijn dan 10mm.

    Enkele ontwerpeisen :
    De buitenste antistatische laag (AST) moet alle andere lagen (niet AST) volledig bedekken. De bedekking van de antistatische laag moet gegarandeerd zijn onder alle omstandigheden : bij het uitrekken, bij het opheffen van de armen, bij het voorover buigen…

    Geleidende acessoires (ritsen, knopen) zijn toegestaan op voorwaarde dat ze bedekt zijn door een AST stof. Etiketten of reflecterende banden moeten op permanente wijze vastgemaakt worden.

    De kledij moet buiten de ATEX omgeving aan- en uitgedaan worden. De drager sluit zijn kledingstuk volledig en zorgt ervoor dat zijn aarding verzekerd is (bv door electrostatische schoenen te dragen die een weerstand hebben < 10E 8 Ohm op aarde die de lading doet verdwijnen).

  2. EN 1149-1:2006 - Het meten van de oppervlakte weerstand

    Deze testmethode is bedoeld voor materialen waarvan de electrostatische oplossing gebaseerd is op oppervlakte weerstand (meer bepaald die stoffen die geleidende oppervlaktevezels bevatten of een geleidende PVC coating op hun buitenkant hebben).

    EN1149-1 is echter niet aangepast voor stoffen met geleidende vezels.
    Het principe van de EN1149-1 test : eerst wordt de stof geplaatst op een plaat met geïsoleerde basis, vervolgens wordt een ronde electrode op de stof geplaatst. De oppervlakte weerstand wordt gemeten door een DC potentieel op de electrode toe te passen.

  3. EN 1149-3:2004 - Het meten van de vermindering van de lading

    Deze methode wordt gebruikt op materialen waarvan het antistatisch karakter gebaseerd is op geleidende vezels. Maar ze kan ook gebruikt worden voor materialen met een geleidende buitenkant.

 


 

Signalisatiekledij ( Reflectie kleding) - Ook wel signaalkleding genoemd.

 

EN 471: Hoge zichtbaarheid signalisatiekleding voor professioneel gebruik.

Normen: EN 471:2003 / EN 471:2003/A1:2007

Vervangt EN 471:1994

Zichtbaarheid tijdens de dag, de schemering, de nacht.

Dankzij de signalisatiekledij verbetert de zichtbaarheid van de drager en vermindert het risico op ongelukken.

De hoge zichtbaarheid EN471 is gebaseerd op twee klasses van verschillende prestaties:

X: De oppervlakte van de fluorescente en weerspiegelende materialen

De proporties van het verplichte basismateriaal moet 50% +/- 10% aan de voorkant en op de rug van het kledingstuk zijn.

Y: De kwaliteit van de weerkaatsende materialen

Klasse 2 wordt algemeen gebruikt, prestatieklasse 1 is niet courant.


 

Bescherming tegen vloeistoffen.

EN 13034: Bescherming tegen chemische vloeistoffen type 6 of PP[6]
Beperkte bescherming

Rekening houdend met de ingewikkelde eisen van deze P.B.M., verwijst het pictogram naar de bijgevoegde gebruiksaanwijzing in de verpakking van het kledingstuk. De gebruiksaanwijzing legt de classificatie uit van de geteste eigenschappen.

De EN13034 omschrijft het laagste chemische beschermingsniveau ; het doel is om te beschermen tegen een mogelijkse blootstelling tegen kleine hoeveelheden spray of een beperkt volume (per ongeluk bespat) minder gevaarlijke chemische producten, voor dewelke een volledige ondoorlatende barrière niet nodig is.

De volgende parameters zijn van toepassing:

  1. Type 6

    Type 6 beschermt minstens het bovenlichaam en de ledematen (overall in één stuk of pak in twee delen).

  2. Type PB[6]

    Kledij met gedeeltelijke bescherming PB[6] bedekt en beschermt enkel specifieke onderdelen van het lichaam (bijvoorbeeld : vest, schort, mouwen…).

Zoals voor Type3 en Type 4 (hoger beschreven), verwijst de EN13034 ook naar testen (lichtjes verschillend) van de EN14325 . Voor alle vereisten (uitgezonderd vloeistofdoordringing en afstoting) is minstens prestatieniveau 1 vereist.


 

EN 14605: Beschermende kleding tegen vloeibare chemische producten -
Mèt doordringingstest.

Omwille van de complexe vereisten, welke verplicht zijn voor deze PBM, referen wij naar de richtlijnen die bijgesloten worden bij de kleding.

  1. Type 3: waterstraaldichte verbindingen

    vervangt EN 466 : 1995

  2. Type 4: weerstand aan de doordringing van verstuifde vloeistoffen

    vervangt EN465 : 1995

  3. Type PB[3] or PB[4]: gedeeltelijke bescherming van het lichaam

    vervangt EN467: 1995


 

Blootstelling aan industriële hitte.

 

EN ISO 14116: Beschermende kleding tegen hitte en vlammen.

 

vervangt EN 533:1997

 

Deze internationale norm specifieert de prestatie eisen voor de (samenvoeging) van materialen en kledij met beperkte vlamverspreiding.

 

Deze kleding voldoet niet aan de norm voor brandweermannen (EN 469) en lassers (EN 470 - EN ISO 11611).

 

Het doel is het risico verminderen dat het kledingstuk vlam vat en zelf een gevaar wordt; deze norm wil vermijden dat de drager van het kledingstuk bijkomende blessures oploopt door de kledij.

 

De beschermingskledij is ontworpen voor een bescherming van de drager in geval van een toevallig contact met kleine vlammen. Het risicu ‘vuur’ tijdens het werk is zwak; er zijn geen andere warmtebronnen.

 

Voor een bescherming tegen hitterisico’s, raadpleeg de norm EN ISO 11612:2008 'Beschermingskledij tegen hitte en vlammen (die de norm EN 531:1995 vervangt).

 

The protective clothing is intended to protect workers against occasional brief contact with small flames. The working circumstances offer no significant heat hazard and there is no presence of another type of heat. For protection against heat hazards, we gladly refer to ISO 11612 (Clothing to protect against heat and flame).

 

Volgende parameters worden gebruikt:

 

  1. Eisen voor beperkte vlamverspreiding INDEX 1.

    De vlam verspreidt zich niet, er is geen brandend afval, de stof blijft niet gloeiend, een gat kan zich vormen.

  2. Eisen voor beperkte vlamverspreiding INDEX 2

    De vlam verspreidt zich niet, er is geen brandend afval, de stof blijft niet gloeiend, geen vorming van gaten.

  3. Eisen voor beperkte vlamverspreiding INDEX 3

    De vlam verspreidt zich niet, er is geen brandend afval, de stof blijft niet gloeiend, geen vorming van gaten, op elk getest staal dooft de vlam in minder dan 2 seconden.

 


 

 

EN ISO 11612: Kleding die beschermt tegen hitte en vlammen.

 

vervangt EN 531:1995

 

Deze norm vervant de EN531 :1995 maar gelieve te noteren dat de EN531 waarmerkingen van de beschermingskledij geldig blijven.

 

Deze norm specifieert de prestatie eisen voor kledij die het lichaam beschermt tegen hitte en vlammen (met uitzondering van de handen).

 

Beschermingskledij voor industriewerklieden blootgesteld aan warmte

 

Deze norm mag NIET gebruikt worden voor interventiekledij van brandweer (EN469) noch voor kledij van lassers (EN470 / EN ISO 11611).

 

Parameters:

 

  1. Vereisten voor parameter A

    A minimale eisen, samenstelling van de stof
    conform aan de norm EN533 Index 3

  2. Vereisten voor parameter B (B1>B5)

    isolatie tegen convectiewarmte

  3. Vereisten voor parameter C (C1>C4)

    isolatie tegen stralingswarmte

  4. Vereisten voor parameter D (D1>D3)

    isolatie tegen gesmolten aluminium

  5. Vereisten voor parameter E (E1>E3)

    isolatie tegen gesmolten ijzer

 


EN ISO 11611: Beschermende kleding gebruikt tijdens het lassen.

vervangt EN 470-1:1995

Het doel van deze beschermingskledij is om de drager te beschermen tegen de projectie van gesmolten metaal ; een kort contact met een vlam, stralingswarmte van een vlamboog.
Het kledingstuk minimaliseert de mogelijkheid op een electrische schok na een toevallig kort contact met electrische geleiders onder spanning tot 100V.

Paramaters:

De norm specifieert 2 klasses met specifieke eisen:

  1. Klasse 1 - laagste niveau:

    minder gevaarlijke situaties van het lassen

  2. Klasse 2 - hoogste niveau:

    gevaarlijkere situaties van het lassen

Wat is een electrische vlamboog?

En wat zijn de bijkomende effecten die voorkomen bij een electrische vlamboog? Een electrische vlamboog is een soort van constante electrische ontlading die een helder licht en een intense warmte veroorzaakt. Deze vlamboog vormt zich tussen twee electroden in een gas onder lage druk of in open lucht. Afhankelijk van de intensiteit van de stroom kunnen zich temperaturen van meer dan 10000°C voordoen wanneer zich een electrische vlamboog vormt. Bovenop deze extreem hoge temperaturen is er ook de vorming van een golf van hoge druk. Metaalfragmenten en chemische producten en/of stoom kunnen zich vormen door deze golf van hoge druk.

Onze oplossing? ARC SIO-SAFE!

  • Bescherming tegen electrische vlamboog ENV 50354 - KlassE 2 + Extended Cenelec - geen tweedegraads brandwonden (Stoll curve)
  • Zeer ademend EN 343 - KlassE 3
  • 100% ondoordringbaar EN 343 - Klasse 3: ondoordringbaar membraan tegen de buitenste stof – geen absorptie mogelijk tussen de lagen kledij
  • Gemakkelijk onderhoud
  • Antistatisch door de vezelgeleiding: geen oppervlaktegeleiding
  • Ergonomisch, dus comfortgarantie
  • Vlamvertragend en beschermt tegen hitte.

Naar boven